terug naar de basispagina van de Heppiebuzz                                                naar andere reisverslagen- nog niet met de camper

    Meer weten? Stuur een e-mail !
 vanuit Houten naar Frankrijk  verslag eesrte deel week 2  verslag eerste deel week 3  verslag eerste deel week 4
 verslag eerste deel week 5    vervolg week 6  de laatste vakantiedagen

Onze laatste volle week... We trekken weer iets verder noordwaarts: via een bezoek aan het dorp Oradour en dan Limoges, om wat meer richting Berry te gaan.

De Limousin en dan via Berry
naar de Bourgogne
 

week 6:
13 juni t/m 19 juni 2008
Cognac-le-Foret - Cheniers - Bourges - Migennes.

Vrijdag 13 juni       gereden 181 km

We trekken met de Heppiebuzz verder noordwaarts:
van
Cognac-le-Fôret naar Chéniers.

kaartje

Het programma voor vandaag begint met een -naar verwachting indrukwekkend- bezoek aan het martelaarsdorp Oradour.

Daarna gaan we kijken hoe Limoges er uitziet en vervolgens gaan we via een aantal D-wegen noord-oostwaarts naar Chéniers.

De weg naar Oradour voert binnendoor. Bij Junier zien we al een paar mooie vergezichten.

Heel apart is ook de samenvloeiing van twee rivieren: omdat het waterniveau van de een wat hoger is dan van de ander en er dus een soort 'valletje' in zit, lijkt het op de foto net alsof er een klein stukje spiegelbeeld ontbreekt.

We stappen de buzz weer in en vervolgen onze weg en kruisen even later de N141 en worden dan netjes via de borden naar het herinneringscentrum geleid.

 

Oradour

 

Bus parkeren, naar het  grote, kale plein lopen, trap af -dat is op zich al indrukwekkend en dan een kaartje kopen voor zowel de tentoonstelling als aansluitend het bezoek aan dit door een geflipte SS-commandant platgebrande en uitgemoorde dorp. Na de oorlog is hier niets meer aan gedaan, behalve het conserveren van het hele dorp, zodat latere bezoekers een goede indruk kunnen krijgen van hetgeen zich hier heeft voltrokken.
Zie voor een verdere beschrijving:

Wikipedia: het bloedbad van Oradour

Een zeer indrukwekkend geheel

De beelden zullen nog lang in onze herinnering blijven.  

We gaan nu zo'n dertig kilometer verder naar ons volgende doel: de stad Limoges, hèt centrum van de porcelein. Natuurlijk hoort een bezoek van dit centrum van de Limousin-regio bij de bijna verplichte uitstapjes. Na enig zoeken kunnen we de buzz achter het station parkeren, op een heel groot parkeerterrein. We hadden het al wel zien liggen, maar aan de andere kant van het spoor en dan moet je maar zien dat je er komt. Het is gelukt, we eten eerst een hap en lopen dan over de voetgangerstraverse, door het station naar buiten. Want ook dit mooie gebouw willen we voor onze vakantie-herinneringen vastleggen.

 

We lopen rond een mooi park, meer een plantsoen eigenlijk, en gaan dan... je raadt het.. naar de toeristen-info. Met de plattegrond in de hand lopen we richting voetgangersgebied. Hier en daar schieten we wat, onder andere van de schilder die een alleraardigst stukje plein bij de Eglise St. Pierre in beeld brengt. Dan de Rue .. in, waar we door een Limogeain worden aangesproken: Of we niet van hier zijn?

We krijgen hulp voor het bezoek aan Limoges

Nou, nee... met een camera om de nek en een plattegrond in de hand, lijkt dat duidelijk. Hij tipt ons: Ga hier het straatje in, dan rechtsaf, en je ziet schuin links een poortje. Dat leidt naar een heel leuk plekje om te fotograferen. Bedankt!
Als we de Rue du Temple inslaan, is het poortje snel gevonden en inderdaad: hier staan nog drie hotels uit de tijd van de renaissance aan een intiem pleintje, waar diverse Fransen op dit tijdstip -half een- van hun lunch genieten.

Bij onze rondwandeling zien we ook een gebouw, waar op heel kunstzinnige wijze trompe l'oeuils zijn geschilderd.

Limoges heeft een mooie oude bogenbrug.

We lopen verder richting... om uiteindelijk in het 'slagerskwartier' te komen. Heel erg leuke steegjes, doorkijkjes, oude gevels, afijn... je noemt het maar op. Hier zaten ooit de slagers, tot ze moesten wijken voor de handelaren van de Hallen. Gelukkig is er nog veel van het oude bewaard gebleven, maar er zijn toch ook veel stukjes vergane glorie.

Kenmerkend zijn ook de zogenoemde slagersbanken: de planken die aan de buitenkant van de slagerswinkel zitten en waarop het vlees werd uitgestald. Dat zou in ieder geval tegenwoordig niet meer mogen, maar in landen als Nepal hebben we dat bijvoorbeeld nog wel gezien.

Kenmerkend zijn de slagersbanken

Niet alleen zie je hier nog wat herinneringen aan het slagersleven van toen, toevallig stopt er ook en vrachtautootje dat -op moderne wijze, dus gekoeld- een compleet beest komt afleveren. Zo gaat het dus tegenwoordig, maar het is aan de chauffeur die het komt afleveren duidelijk te zien: het is nog steeds zwaar werk.

De rest van de middag brengen we vooral rijdend door. Niet alleen moeten we zorgen in de juiste richting naar de volgende camping te komen, maar er moet ook nog worden getankt en worden gezorgd voor een aanvulling van de voorraadkast.
Aan de rand van Limoges proberen we een super te vinden, maar dat lukt nog niet erg. We zitten we plots bij een tankstation: 1 euro 48 half voor de Super 95: daar doen we het voor. De Buzz-buik weer gevuld gaan we naar de A20, om eerst even in de juiste richting voor de binnendoortjes te komen.   

De D-9... begint bij afslag 25 en leidt ons vanaf Bessines-sur-Gartempe noordoostwaarts, richting Gueret. Voor we echter zover zijn, krijgen we twee keer te maken met een 'route barree', dus er worden extra kilometers gemaakt. Gelukkig staat de deviation hier wel goed aangegeven. Juist als we op weg zijn naar het dorp Benevent-l'Abbaye -waar een Intermarché staat aangegeven- krijgen we de tweede omleiding. Als we - ook nog eens via een slimme truc (zelf op de kaart kijken wat een alternatief is ;-)) het dorp inrijden, zien we een Shopi (die hebben we deze vakantie nog niet gehad). We gokken dat we wellicht de Intermarché al voorbij zijn, dus doen we hier de inkopen. Niet al teveel keus, maar we redden het. Achteraf blijkt inderdaad: we komen niets meer tegen.
De weg naar de camping vinden valt nog niet mee; we hadden gehoopt via ''de andere kant' sneller binnen te komen, maar worden toch via de andere route verwezen.
Uiteindelijk staan we -net buiten een leuk dorp- bij het accueil. Niemand aanwezig, maar we kunnen bellen. De baas is op het terrein en komt er aan. Niet hij, maar de beheerder komt: ene Max die hier al een paar jaar werkt, maar sinds dit seizoen wel voor een Franse in plaats van een Nederlandse eigenaar. Hij rijdt ons voor, over een verschrikkelijk stuk weg: de afgelopen weken blijken de afvoerbuizen die eronder liggen door het vele water -er stond beneden bij de kantine 40 centimeter!- opengebarsten. Dat moet de gemeente herstellen, maar wanneer?? Max hoopt in ieder geval voor het seizoen, dat over een goede twee weken begint.

Naast een ander Nederlands stel dat ook net  bij Le Moulin de Piot is aangekomen, blijken we voor vandaag de enige gasten te zijn. Alle ruimte dus, zeker omdat ze zelf al in de ACSI-gids hun ruime plaatsen (200 tot 300 m2) aanprijzen.

Zaterdag 14 juni        gereden 172 km

We gaan weer op pad en rijden vandaag:
van C
héniers naar Bourges.

De 'directeur' heeft toegezegd zo rond half tien/ tien uur aanwezig te zijn voor het opzetten van een wifi-verbinding, maar zo lang gaan we natuurlijk niet wachten. Gelukkig blijft de buurman nog een dag en ook hij wil internetten, dus dan kan hij rustig zijn gang gaan.

We laten het stukje 'puur natuur' achter ons en gaan binnendoor, eerst langs ...

...Chéniers, een dorp waar ambachtslieden Tuileries de Partigny nog steeds demonstreren hoe vroeger dakpannen werden gemaakt. Wij gunnen ons hier geen tijd voor om te kijken en vervolgen onze weg door de Petit Creuse.

We rijden door de streek van de Indes, beter bekend als de Bercy: het kloppend hart van la Douce France. Overigens is dit hele gebied een nog weinig bezochte vakantiebestemming. Wie echter verlangt naar landelijke rust, een mooi cultuurlandschap en romantische kastelen, kan hier zijn hart ophalen.

 

Einddoel voor vandaag is de stad Bourges. Ook die staat in onze Dominicusgids omschreven als de moeite van een bezoek beslist waard. In vergelijking bijvoorbeeld met A... ?? wordt Bourges omschreven als een gezellige stad.

Parkeren -gratis ook nog, zo hadden we al gelezen- kun je op de Place ... Binnen tien minuten ben je dan in de oude binnenstad. We moeten heel even zoeken, rijden dan bijna de garage in die voor ons uiteraard te laag is, maar zien dan dat we rechts ervan naar een parkeerterrein worden geleid. Campers mogen hier zelfs 48 uur staan. Heel even twijfelen we nog, omdat er langs de hele weg borden zijn geplaatst met een parkeerverbod, maar dat blijkt pas van kracht over twee dagen, als de kermis hier komt.

Bourges is de hoofdstad van het departement Cher en zetel van de aartsbisschop. De stad ligt aande samenvloeiing van de Auron en Yèvre. De veel bejubelde kathedraal is 's avond feeëriek verlicht, maar daar zullen we waarschijnlijk weinig van meekrijgen. Overigesn was Bourges al in de Romeinse tijd een belangrijke stad: de hoofdstad van de keltische stam Bitiruges.

Over de inname van de stad door Caesar is een ''boek'' verschenen: het deel Asterix en de Romeinen.

We houden goede herinneringen aan onze wandeling door deze stad, met zijn bijna vierhonderd vakwerkhuizen uit de 15e en 16e eeuw, die vaak nog opvallend gaaf zijn.

Voor ons wordt het echter weer tijd een camping op te zoeken en dat is de camping Municipal Robinson, want er ligt hier in de buurt geen ACSI-camping. Maar ook hier hebben ze plekjes voor de camper en ziet alles er goed verzorgd uit. dat alles tegen een heel betaalbare prijs, dus je hoort ons niet klagen.

Zondag 15 juni      gereden225 km

Er staat ons weer een nieuw traject te wachten:
van Bourges naar Migennes.

Ook in Frankrijk is het vaderdag, maar daar merken we verder weinig van. Bijna klokslag tien zwaait de slagboom van de municipal omhoog en mogen we op het knopje drukke om ons verkeerslicht op groen te zetten (en uiteraard dat voor het overige verkeer op rood. We spreken af dat we vandaag niet aan omleiding doen: we hebben er al genoeg gehad en het is tenslotte toch zondag.

We vertrekken met wat regen, maar na het drie keer niezen van Loes gisteravond hou ik het erop dat het gaat opklaren en droog wordt. Loes gelooft me niet.

 

 

 

 

 

 

We proberen eerst weer wat kilometers te maken, dus gaan we via de N151 oostwaarts richting Auxerres. Daar zitten we al snel op en onze opzet lijkt al meteen goed te lukken: deze weg is ooit op de tekentafel bedacht en in een rechte lijn tussen Bourges en Auxerre aangelegd. Nadeel: er is geen bal aan. Aan weerszijden heb je een strook van zo'n vijf meter gras en daarnaast is het bebost. Je ziet dus niets dan weg. Veel autoverkeer valt er op deze zondagochtend ook al niet te bekennen, dus zorgen maar zelf voor wat afleiding met muziek, een zuurtje tussendoor, een biskwietje en gezellige keuvelpraat.

 

We kiezen bij Clamécy voor een alternatieve route naar Auxères: via de D951 nog iets meer naar het oosten in plaats van strak noordwaarts. Dat blijkt een schot in de roos: deze route is veel minder saai, voert door een paar dorpen en stadjes en we stopen zelfs in Dornecy om er wat foto's te maken. Een verrassend leuk dorp, zo te zien authentiek Frans en dat sfeertje mogen we wel ;-))

 

Als we weer een stukje zijn doorgereden, wordt het onderhand tijd voor de lunch. We zien een parkeerplek langs de weg, dus daar zetten we de buzz even aan de kant. Het blijkt een heel leuke plek te zijn, van waaruit je een mooi uitzicht hebt op een dorp of stadje met twee torens. We hebben nog geen idee om welk dorp het gaat, maar dat is natuurlijk op de kaart snel gevonden. Dit moet Vezelay zijn.

Als we de buzz net weer hebben gestart, zien we een zelfs nog mooier uitzichtspunt en daar staat zelfs een bord -in de vorm van een kruis- waar de naam Vezelay op staat. We besluiten er een kijkje te gaan nemen.

Toeristen worden verzocht Vezelay te voet te verkennen en hun auto aan de rand te parkeren en daaraan geven we natuurlijk graag gehoor. Een van de eerste panden waarnaar we op zoek gaan is uiteraard het toeristenbureau, zodat we wat meer aan de weet komen over deze prachtige stad.

 Meteen als je richting basiliek loopt -die dus uiteraard op het hoogste punt troont- wordt al duidelijk dat we stevig moeten klimmen.

Maar het stadje bekijken loont de moeite: er zijn veel oude pandjes, leuke uithangborden en als beloning: de basiliek. Een abdijkerk die imponeert door zijn eenvoud. We kunnen nog wel even een kijkje nemen in de gang die naar het klooster leidt -daar is voor de monniken ook een aparte kapel- maar de rest blijf verborgen achter deuren.

 

Op de terugweg naar de buzz scoren we nog een mooie uil: een soort gongstaven van bamboe, die aan een uilenkop hangen.

Net als we Vézelay hebben verlaten, begint het weer te regenen. We zijn blij dat we het stadje droog hebben kunnen bezoeken: de buzz is verder gelukkig waterdicht (van de eerdere lekkage na de hoosbui van twee weken geleden hebben we geen last meer).

De route voert nu weer door een aardige omgeving: we rijden in de punt van het Natuurpark Morvan, waar we andere mensen al eerder met lof over hebben horen spreken. ook Loes is hier al eens eerder geweest. Het is ruiger en meer 'rotsig' dan we de laatste tijd hebben gehad.

Het laatste stuk voert ons langs Auxerres: we stoppen even voor overleg. We kunnen namelijk net zuidelijk van deze stad naar een camping in Vincennes, en dan bijvoorbeeld morgen Auxerres bezoeken. We kunnen ook naar d stad doorrijden- het is kwart over drie- en dan terug naar Vincennes, of doorrijden naar Migennes, zo'n 25 kilometer verder. He regent wat, dus we besluiten Auxerres te laten voor wat het is -het ligt er wel mooi bij zo met die drie kerken hoog boven de stad- en gaan door.

Migennes zelf staat goed aangegeven en dat geldt ook voor camping ''Les Confluents''. Toch missen we een bordje, kijken dan achterom -moet jein dergelijke situatie altijd doen ;-)) en zien dan dat hij opnieuw staat aangegeven. Het rondpoint volledig nemen, zodat je de andere kant uitrijdt, bordjes volgen en dan zien we welke we hebben gemist. Het werkt: we rijden n zo de camping op. Wederom een hartelijke ontvangst, meteen met een stapel toeristische folder -waarvan enkele in het Nederlands- zodat we verleid worden meerdere dagen in de Bourgogne door te brengen.

Nadat Adrienne ons heeft ingeschreven gaat Marcel ons op de fiets voor naar plaats 23: een gravelpaadje voor de Heppiebuzz met daarnaast een flink grasvlak. Zo hebben ze er hier meer en dat vinden we een mooi voorbeeld voor andere campings.

's Avonds wandelen we nog even -via het station, waar zelfs de TGV stopt- naar het centrum. Dat stelt op zich al niet zoveel voor en zeker niet halverwege de zondagavond: er valt hier geen moer te beleven. 

vervolg week 6