het begin van onze camperreis door Bretagne  rondtrekken door Bretagne: vanaf Paimpol   

Rondreis met de camper

  retourtje Quiberon en door via Auray naar Vannes    Dwalen door Ille_et_Villaine

vrijdag 18 juni...   rondje Quimper                                                                                      voor het laatst bijgewerkt op:  14-07-2017

REISVERSLAG

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Eergisteren hebben we de stad Quimper letterlijk links laten liggen, maar we willen hier toch nog wel een bezoek aan brengen. Dus rijden we binnendoor de route en parkeren langs de Odet, samen met de Steir de naamgevers van de stad: het Bretonse kemper staat voor samenloop. 
De stad werd al door de Galliers gesticht en de Romeinen kenden haar als Aquilonia, de adelaarsstad.

Op aanraden van de mevrouw van de VVV steken we vanaf daar direct de rivier over en lopen dan -aan de hand van de Capitool-reisgids de stadswandeling. Een groepje scholieren is op de Odet aan het kajakken en ze hebben de grootste lol. Wij komen het eerst bij de hallen -zoals in veel Franse steden goed bewaard en nog steeds in gebruik- en daar kijken we wat rond. Het is nu even zoeken op welk punt we de route kunnen oppakken, maar na wat gepuzzel lukt het: bij de Place Terre au Duc, bekend om zijn vakwerkhuizen. Dat zou ook moeten gelden voor de Rue Kereon, maar daar kunnen wij ze niet erg ontdekken.

Dat is wel het geval in het daarachter gelegen straatje: de Rue des Gentilhommes. Overigens zien we op de hoek daarvan met de Place Meuard en bijzondere ''gentilhomme'': die heeft zijn fiets van koplamp tot en met achterlicht geheel blauw geschilderd en hem in het bassin van de fontein geparkeerd. Net als ik er een foto van wil nemen, gaat hij ervoor staan: "Non.. c'est ma bicyclette... ce n'est pas permis de prendre un photo!''. ''Waarom'', probeer ik nog, maar hij is onverbiddelijk en fietst er vandoor. Nou ja, jammer, dan maar niet.

Aan het eind van de Gentilhommes bereiken we de Place du Beurre en de VVV-mevrouw had het al gemeld: dat is een leuk pleintje. We zijn het met haar eens.

 

Via de Rue Elie Fereon komen we bij de kathedraal, maar die blijkt gesloten. Dus lopen we nog wat verder door en dan komen we bij HB Henriot. Dit is de enige fabriek van faience- een speciaal soort aardewerk- waar de beschilderingen nog met de hand worden gezet. Er is en grote winkel bij en daar gaan we natuurlijk even rondkijken. En wat foto's nemen van mooie bordjes en beeldjes.

 

De verschillende namen van de straten herinneren nog aan de beroepen die hier vroeger werden uitgeoefend: de Rue Kereon (Schoenmakersstraat), Place du Beurre (Boterplaats) of de Rue des Boucheries, zijnde de Slagersstraat. Helaas missen we even de uitgesneden gezichten van Quimperianen die zich in de godsdienstoorlogen hebben onderscheiden en nu zijn vereeuwigd in het 'beroemde'' Maison des Cariatides.

 

Zoals in  veel Franse steden heb je ook in Quimper goed bewaarde middeleeuwse huizen.

 

Voor de terugweg naar Concarneau kiezen we voor D-wegen via Benodet en Fouesnant. We willen ook nog even naar het uitzichtspunt Beg-Meil, want van daaruit zou je Concarneau goed moeten zien liggen.

Dat laatste klopt ook wel, maar helaas kan ik nog niet precies het punt ontdekken waarvandaan de 'internetfotograaf': Michel Pérennou zijn mooie plaatjes schiet.

Wie ze wil bekijken: bezoek dan

een geweldige site met elke dag een nieuwe foto van Bretagne

 

 

gereden: 86 km.

 
zaterdag 19 juni...   naar Carnac 

Als we even na half elf de poort uitrijden en Loes het glaswerk achterlaat, zien we dat we nog iets onbedoeld hebben achtergelaten: het groene buitenmatje. Dat willen we niet missen: terug dus, want het is een ideaal attribuut om de ergste rommel van je zolen te kunnen vegen.

Via het centrum van Concarneau rijden we richting Pont Aven en vervolgens naar Quimperlé. Daar stoppen we voor een kleine rondgang, maar het is een wat droef stadje. Er is weinig sjeu aan en ook het Point d'Information is niet te vinden. Drie borden wijzen naar een gebiedje van nog geen 200m2, maar het Punt zelf ontdekken we niet.

De stad zelf bestaat uit een benedenstad, bij het riviertje, en een bovenstad. We kijken bij beide rond, maar naar boven blijkt het wel een stevige klim. 

We gaan door naar Carnac, eigenlijk in een wijde boog om Lorient heen. Over die plaats hadden we al gelezen dat er -ondanks de ouderdom- door de verwoestingen in de Tweede Wereldoorlog weinig meer van over is. Carnac heeft een aardig centrum(pje) e het toeristenbureau zit zo te zien in de oude hallen. Een leuk gebouwtje. Ik blijf even in de buzz wachten, terwijl Loes het stadsplattegrondje ophaalt. Op een gegeven moment begin ik te denken dat ze zelf de stadswandeling al is gaan maken. Als ze na ruim tien minuten terug is -de VVV ligt op zicht-afstand- blijkt dat het er enerzijds aardig druk was en anderzijds de VVV-dame graag aan iedereen haar verhaal uitgebreid kwijt wil en ook precies noteert waar je vandaan komt, anders kom je niet bij haar weg.

Ze hebben hier een bijzondere kerk, waarvan het houten plafond is versierd met fresco's. Als we door de kerk lopen voor foto's, worden we meteen muzikaal 'verwelkomd': de organist geeft een orgelconcert met uitleg.

Enkele belangstellenden staan bij het klavier om te zien en te horen hoe een en ander in zijn werk gaat.

We lopen nog een stukje centrum door en nemen dan de buzz weer. We houden de richting aan van de menhirs. Die staan hier in overvloed en uiteraard moet je ze gezien hebben.

De meest bekende 'sjouwer' met menhirs is natuurlijk Obelix, die het liefst de hele dag met zo'n ding op zijn rug liep te zeulen.

Degenen die ze hier echt hebben neergezet, hadden er speciale 'kanteltoestellen voor, zoals we bij een van de borden met uitleg te zien krijgen.

 

De bekende menhirs waarvan Obelix er zo veel versjouwde

We verwonderen ons over de eigenaardigheid van al die toeristen: jaren, beter gezegd eeuwen geleden zijn er een stel grote stenen rechtop gezet, in rijen. Niemand weet echt waar ze precies voor dienden. En nu, na al die tijd, komen jaarlijks duizenden toeristen, parkeren hun auto, nemen uitgebreid foto's van rijen rechtopstaande stenen -die men hier menhirs noemt- en gaat dan weer naar huis om te vertellen dat ze er ook zijn geweest en de foto's te laten zien.

We maken er samen grapjes over, dat die druïden zich boven rot lachen en tegen elkaar zeggen: kijk eens, wat wij als tijdverdrijf  voor mekaar hebben gebokst, is nu een bezienswaardigheid!

Ook wij stappen de buzz weer in en Germaine leidt ons naar de volgende stopplaats, slechts 3,5 kilometer verder: camping Les Druides uiteraard weer een ACSI-camping.

 

megalieten

In Bretagne zijn nog talrijke sporen te vinden van de Keltische cultuur. Ook tref je er nog vele prehistorische (pre-Keltische) megalieten, onder andere rond Carnac en en in het zuiden in de Morbihan.

gereden: 98 km.

's Avonds worden we uitgenodigd om bij Miep en Leen -het stel uit Ridderkerk dat we al twee keer eerder op een camping tegenkwamen- een kop koffie te drinken. Onze koffie is net klaar, dus die nemen we mee, inclusief het gebakje dat we toevallig nog hadden. Heel gezellig over van alles en nog wat zitten kletsen.

bezoe aan Quiberon en door naar Vannes