rondtrekken door Bretagne: vanaf Paimpol    

Rondreis met de camper

  b 
woensdag 9 juni...   ''naar Erqui via Cap Frehel'                                                                                 voor het laatst bijgewerkt op:  07-10-2017

REISVERSLAG

Stadsbezoek Saint Malo

oud boekwinkeltje net buiten centrum Saint_Malo

Ons eerste doel is 'terug' naar Saint Malo, met zijn ommuurde vesting in het centrum.

We hebben gisteren al gezien dat het een crime is om je camper ergens te parkeren: ook hier allemaal parkeerterreinen met een hoogte-beperking. Dat weerhoudt zigeuners ervan her en der te gaan staan.

 

Toch slagen we erin een plekje te vinden. Naast het centrum ligt een haven- en industriegebied en als we daar oprijden en de 'lage' parkeerterreinen voorbij rijden, komen we op een parallelweg waar je wel kunt staan. Teruglopen naar het centrum valt zelfs mee: dat is maar zo'n tien minuutjes.

We zijn in BRETAGNE!

 

Strand bij Saint-Malo met uitzicht op eilandje Grande Bé

De stad zelf valt tegen: erg sombere gebouwen door de gebruikte donkere steensoort. We gaan de stadswal op en dat geeft al een ander beeld: van hieruit kijk je op de haven waar de bootjes schots en scheef op het droge liggen. Kijk je iets verder dan zie je het eiland Grande Bé liggen. Daar kun je lopend naar toe, maar dan moet je wel goed op de hoogte zijn van eb en vloed, anders krijg je de reddingsboot achter je aan.

Overigens zijn hier veel veerdiensten, bijvoorbeeld naar Guernsey en Portsmouth. Het stadje schijnt dan ook te zijn gesticht door een Ierse zendeling -Malo- die vanuit Wales op de Bretonse kust landde om de Fransen het christelijk geloof te brengen.

Ondanks verwoestingen ziet de stad er historisch uit

We lopen nog een rondje door de stad, ooit -in de 17e eeuw- de belangrijkste havenstad van Frankrijk. De ommuring diende mede ter bescherming tegen wind en hoog water. De inwoners zijn gekend als onverschrokken zeelieden. De reders vergaarden hier hun grote rijkdommen door hun monopolie op de handel met Oost-Indië. Precies op de meest uitstekende punt van de vesting werd een kasteel gebouwd, door Jean V, hertog van Bretagne en later uitgebreid en versterkt door Anne van Bretagne (gehuwd met Frans II). De inwoners waren door de koning officieel erkend als kapers, en dat leverde nogal eens 'aanvaringen' op met de Hollandse zeevaarders. Dat die zich niet altijd de kaas van het brood lieten eten, blijkt wel uit het Bastion de Hollande, dat ze er bouwden na een aanval door onze voorvaderen.

In de Tweede wereldoorlog is de stad voor 80% verwoest, maar bij de herbouw werd het historisch karakter gehandhaafd door onder meer beton met een granietcoating te gebruiken. Enkele gebouwen konden met originele stenen worden hersteld.

De haven van Saint-Malo

het altaar in de Cathédrale Saint Vincent

We bezoeken de kathedraal Saint Vincent, een heel mooie kerk met een rijke versiering van glas-in-lood ramen. De bouw begon in de 12e eeuw en werd pas in de 18e eeuw voltooid. Opvallend is het contrast tussen het hoge gotische koor en het Angevin-romaanse schip.

Aan de buitenkant vallen de grote, grijnzende waterspuwers op die minzaam neerkijken op het volk aan de voet van de kerkmuur.

Even verderop staat nog Maison de la Duchesse Anne, een typisch voorbeeld van een laat-middeleeuws herenhuis.

Aan de oostelijke stadsmuur is het een en al restaurants, salons-de-thé en ijssalons, duidelijk gericht op het massa-toerisme. 

Gerestaureerde driemaster 'L'étoile du Roi'

Doopvont, altaar en zetels -voor-drie-heren zijn blijkbaar van dezelfde kunstenaar: ze vormen een mooi geheel.

Leuk restaurantje in Saint-Malo met mooi terras

We lopen weer teug langs de haven van Saint Malo, waar de grote -gerestaureerde- driemaster ligt: een schip uit 1545 ''L'étoile du Roi''.

Het vervolg van de route leidt ons eerst naar het stadje Dinard, een stadje dat heel lang onbeduidend vissersplaatsje is geweest, tot welgestelde Engelsen en Amerikanen er hun villa's lieten zetten. Het is echter gaan regenen en wij kunnen niet echt het centrum vinden. Dat slaan we dus over: dan maar geen grandeur bewonderen.

Belevenissen bij Cap Frehel

We hebben op de kaart gezien dat het niet zo heel veel ''om'' is naar Cap Frehel. Dat schijnt ook een van die toeristische punten te zijn die 'je moet hebben gezien', dus wij nemen ook een kijkje. De laatste kilometer is 'afgesloten': je mag (moet) bij een jongedame die de hele dag in een hokje bivakkeert drie euro betalen om verder te mogen rijden, maar vooral: om te mogen parkeren. Alle speciale camperplekken lijken bezet, maar in de brede doorgang naar nog drie plaatsen kunnen we wel langs de kant staan. Dus steek ik de buzz achteruit in langs het hek, maar let niet helemaal goed op de spiegels en dan is de buzz niet zo heppie meer: een gat in de achterbumper. Het ergste is nog dat mijn fietsvoorwiel tegen het hek en daardoor tegen de bumper kwam en de schade veroorzaakte: daar zit nu een slag in.

Het indrukwekkende Cap Frehel: prachtig uitzicht

Hoek uit de achterbumper en slag in het fietswiel

Balen, maar niets meer aan te doen. De sloper zal wel een goeie tweedehandse 'hoek' hebben en Arnold mag met de fiets aan de slag. We moeten nog even kijken wat voor gevolgen het voor het fietsen heeft.

Voorlopig gaan we eerst wandelen naar de Cap Frehel: weliswaar een ruig stukje, maar de rotsen en rotsformaties van gisteren, bij Pointe Grouin vonden we mooier, vooral indrukwekkender.

Uitzichtspunt bij Cap Frehel: voor ons een beetje te hoog

Ruige rotsen bij Cap Frehel

Het laatste stuk van de route blijft vlak langs de kust. Deze D34 is met groen 'omzoomd' en dat betekent dus en aantal mooie uitzichten. We stoppen er echter niet voor, want de komende weken zullen we nog veel van dergelijke mooie plekjes te zien krijgen. Net onder Sables d'Or-les-Pins hebben we een heel klein stukje N-weg en dan gaan we weer  helemaal binnendoor naar Erqui. We zouden oorspronkelijk iets verder gaan, maar het schema is wat aangepast: hier overnachten we op Acsii-camping Les Roches.

gereden: 88 km.

Dankzij luidruchtige Fransen verkassen we naar een veel mooiere plek

Een best mooie camping, maar we zijn nog niet helemaal gelukkig met de eerste plek waarop we staan. Het blijkt dat we naast redelijk luidruchtige Fransen staan (2 stel, die veel bij elkaar over de vloer komen), maar erger nog: we zitten erg ingebouwd tussen manshoge hagen. Lekker tegen de wind -die nu echter juist vanaf de andere kant komt- maar niet tegen het gevoel van opgesloten zijn. Dus verkennen we het terrein verder en dan blijkt er nog een -op de plattegrond niet genummerd- nieuw veld te zijn. Met uitzicht op zee. Verkassen!

Het tweede campingveld en leeg en dus bijzodr rustig
donderdag 10 juni...              Langs de Baie de Saint Brieuc naar Port-Lazo voorgevel van station Saint Brieuc
Indrukwekkende gebouwen in SaintBrieux: het stadhuis Saint Brieux

Stadswandeling door Saint Brieuc

We gaan op weg richting Paimpol. Na een kort stukje D-weg gaan we over de N786, die we vandaag nog een paar keer tegenkomen. Vlak voor Morieux maken we nog even een uitstapje richting kust, om uiteindelijk via Hillion in het centrum van Saint Brieuc te belanden. We kunnen bij het station parkeren en staan dan voor een euro bijna drie uur (dankzij de gratis middagpauze).

In het centrum is het even zoeken naar mooie en/of oude gebouwen. We blijken eerst door een wat nieuwer deel te lopen, maar we weten dat al in de vijfde eeuw monnik Brieux hier een religieus centrum stichtte. Zoals zovele steden kende Saint Brieux roerige tijden, mar in de 17e en 18e eeuw keerde de rust in deze hoofdstad van de Côte d'Armor terug. Het hele gebied met winkelstraten rond het Office du Tourisme is kennelijk van redelijk recente datum, hoewel het Theâtre toch ook al flink wat jaartjes oud is. Als we vervolgens wat verder achter de kathedraal van Saint Etienne komen -die er uitziet als een vesting- ontdekken we bij de Rue Fardel toch nog een serie oude huizen.

Het Theatre van Saint-Brieux

Vaklwerkhuis in Saint-Brieux

Vakwerk? Jazeker: dat hebben ze hier volop

Een prachtige Café - Tabac in Saint-Brieux

We hervatten onze tocht richting Paimpol, maar gaan naar onze zin iets te veel westelijk omhoog, dus geven we Germaine opdracht meer de kust te volgen. Dat gaat goed: nu hebben we een mooie route door allerlei kleine Bretonse dorpen. Via Binic en Etables-sur-mer stevenen we af op Plouhan. Gewoon de 786 nog een eind blijven volgen tot voorbij Lanloup en dan worden we richting eindbestemming gedirigeerd: camping Le Cap Horn (tegenwoordig: Cap de Brehat) in Plouezec. We melden ons bij een allervriendelijkste dame/eigenaresse en de formaliteiten worden vervulden. We kunnen kiezen uit 'Le Vallée' of 'Le Panorama' dat een niveau hoger ligt. Daar gaan we eerst kijken. Het reinigen van de afvaltank moet weer met emmertjes gebeuren, terwijl een simpele betonplaat op die plek -alle afvoeren liggen er al- wonderen zou doen. We lopen wat rond om een geschikte plek te vinden -liefst nog met uitzicht op zee- maar dat lukt niet erg.

Dat komt vooral door de stevige wind die er staat en waarvan je in Le Vallée veel minder last zult hebben. terug dus -via de enige, smalle toegangsweg -hopend dat er niet net iemand omhoog komt- en naar een plek met eigenlijk nog beter zeezicht. Het toont hier bovendien veel gezelliger.

Aan het begin van de avond moet de luifel weer in: het is al een hele tijd aan het regenen, maar nu begint het ook nog stevig te waaien. Onze overbuur heeft zijn caravanluifel al met negen scheerlijnen vastgezet!
Het blijft de hele avond 'huilen', hoewel we van het ene zeldzame droge moment precies gebruik konden maken om even een frisse neus te halen. Wel nodig ook, want vanwege vocht en ook frisheid staat het kacheltje een poosje aan.

vrijdag 11 juni...              Campingdag

rustige, keurig verzorgde camping Cape Brehat

Als we het brood ophalen, laat de eigenaresse ons vol trots de weersverwachting zien: vanochtend nog bewolkt, vanmiddag zonnig en zo'n 14 / 15 graden en ook vanavond lekker weer. Inderdaad knapt het na elven op: we zien na de ochtendmist de eilandengroep aan de overkant weer en kunnen zelfs de bebouwing een beetje onderscheiden. Nu moet je nooit juichen voor de beer geschoten is, want een uur later trekt alles weer dicht en blijft het somber, maar wel droog.

 

Wij hebben besloten vandaag een campingdag te houden. Even is nog de afweging wellicht vanmiddag een stukje te fietsen, maar er moet ook nog gewassen en gedroogd worden en een dag lekker studderen is ook heerlijk.

Het oude zwembad van Cap Horn, dat nu het overdekte bad Cap Brehat is

Dus wordt er volop gelezen en heb ik tijd me met het verslag en het inlezen en bewerken van foto's te bemoeien. Aan het eind van de dag ben ik -weliswaar in grote lijnen- voor de eerste week helemaal bij. Ik maak meteen nog wat foto's van de camping en spreek mijn waardering uit voor het werk dat campingbeheerders bijvoorbeeld hebben aan het schoonmaken en nu weer vullen van het zwembad. Vanaf morgen kan dat voor de rest van het seizoen weer worden gebruikt.

Update 2017: er is nu een prachtig overdekt zwembad.

gereden: helemaal niet.
bzoek aan Paimpol en rondje Pontrieux